Woord en Daad

Addis Abeba heeft nu een universiteit voor de allerarmsten

Bron: Nederlands Dagblad

Geplaatst door Arend Pleysier op 29 oktober 2011

Terug naar het overzicht

Studeren is in Afrika vaak een voorrecht voor de rijke elite. Dat geldt vooral in Ethiopië, waar 95 procent moet leven van minder dan twee euro per dag.

Addis Abeba -  ...Nederlandse christenondernemers proberen de vicieuze cirkel van armoede te doorbreken, met een topuniversiteit voor genegeerd talent.

's Morgens staat ze om vijf uur op: de Ethiopische Ethayo verzorgt eerst de koe, doet het huishouden en bereidt het ontbijt. Als er eten is, tenminste. Daarna begint de urenlange voettocht naar de basisschool. Ze is bevoorrecht: veel van haar dorpsgenootjes kunnen hun eigen naam niet eens schrijven en van een ander leven dan nu, tussen de krotten, kunnen ze zich zelfs geen voorstelling maken.Toch gaat dit meisje, uit een van de armste families uit het dorp, straks naar de universiteit. Als ze haar best doet, wordt ze wellicht een van de nieuwe managers waar Ethiopië om zit te springen.

Vorige week opende de Ethiopische president Girma Wolde Giorgis het Hope University College in de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba. Het gebouw valt direct op tussen de gammele huisjes en de semicommunistische eenheidsworst die in rap tempo uit de grond wordt getrokken: een modern, lichtvoetig gebouw. Indrukwekkend, maar niet protserig. ‘Het resultaat is verbluffend', zegt de Nederlander Daniël de Witte, projectontwerper namens GelukTreurniet architecten. ‘Mensen komen van heinde en ver om hier een kijkje te nemen.' Voor Ethayo, die weinig anders kent dan hutjes van golfplaten of eucalyptushout zal de overgang nog groter zijn.

Zeven miljoen euro kostte de bouw van Hope University College, een HBO-achtige onderwijsinstelling die armen toegang moet geven tot goed onderwijs én een oplossing moet bieden voor een van Ethiopiës grootste problemen: de massale uittocht van hoger opgeleiden. Een derde van het - voor Ethiopische begrippen - immense bedrag werd opgebracht door Nederlandse christenondernemers, aangesloten bij het bedrijfsnetwerk van hulporganisatie Woord en Daad.

‘Zeven miljoen is een enorme investering', erkent Woord en Daad-directeur Jan Lock. Is dat geld niet beter te besteden, in een van de armste landen ter wereld? ‘Als het om dit gebouw alleen zou draaien: ja. Maar dat is niet zo. Ethiopië heeft een toekomstperspectief nodig, en dat is wat we hier bieden. Kwalitatief hoogstaand onderwijs, met aandacht voor ethiek, normen en waarden.' De universiteit is onderdeel van Hope Enterprise, de lokale partnerorganisatie van Woord en Daad. Hope investeert al decennialang in de allerarmsten: kinderen krijgen voedsel en gratis onderwijs. Diverse basisschooltjes en beroepsopleidingen hebben al heel wat geschoolde arbeidskrachten opgeleverd. Maar voor kinderen die meer in hun mars hebben, was er tot nu toe geen alternatief.

Perspectief

Ook Minas Hiruy, de Ethiopische directeur van Hope Enterprise, begrijpt de vragen die gesteld worden bij deze flinke investering - het grootste project van Woord en Daad ooit. ‘Ons land heeft een alternatief nodig, een boodschap van hoop. Europa kreeg na de oorlog het Marshallplan: flinke, structurele investeringen die het continent er weer bovenop hielpen. Dat project had een enorme impact op de wederopbouw van Europa. Mensen zagen dat er werkelijk iets gebeurde, dat er hoop was. Hetzelfde gebeurde in Korea. Maar voor Afrika is er nooit een Marshallplan gekomen.

Er zijn miljarden geïnvesteerd in ons continent, in tal van kleine en grote projecten, maar zonder veel langetermijnvisie. Ik ben bang dat al die investeringen nooit een wezenlijke verandering in gang hebben gezet. Met onze universiteit hopen we dat, op kleine schaal, wel te realiseren: we laten zien dat er voor iedereen een toekomst kan zijn, dat we iedereen nodig hebben. Vijfennegentig procent van de Ethiopiërs komt rond van minder dan twee dollar per dag. Die mensen hebben zo weinig perspectief. Het zijn potentiële artsen, landbouwwetenschappers, managers en politici. Al dat potentieel werd tot nu toe niet benut, en dat maakt mensen apathisch. Wij laten zien dat het ook anders kan.'

Niet dat er geen alternatieven zijn in Ethiopië: ook de staat investeert fors in onderwijs. De University of Addis Abeba heeft tal van internationale contacten, tot aan Nederlandse universiteiten aan toe. Maar daarmee komt het land er niet, zegt Minas. ‘In het staatsonderwijs heerst een zesjescultuur en het onderwijs is alleen voor de elite. Veel studenten zien een diploma van de staatsuniversiteit als een enkeltje Europa of Amerika: liever een goedbetaald, middelmatig baantje in het Westen dan een toppositie in Ethiopië, voor een paar honderd dollar per maand. Ons land heeft te maken met de grootste uittocht van geschoold personeel in heel Afrika. Die exodus moet stoppen.'

Maar het belangrijkste is dat er een cultuuromslag nodig is in het Afrikaanse bedrijfsleven, meent Minas. ‘Studenten komen van de opleiding met alleen theoretische kennis. Zij die hier blijven worden direct ondergedompeld in een postcommunistische cultuur die gedomineerd wordt door bureaucratie en corruptie enerzijds en opkomend keihard kapitalisme anderzijds. Daar zijn die jongeren niet tegen opgewassen.' Daarom geeft Hope aandacht aan zaken als maatschappelijke verantwoordelijkheid, rentmeesterschap en ethiek. Het onderwijsprogramma werd gemaakt in samenwerking met de Christelijke Hogeschool Ede en de Christelijke Agrarische Hogeschool in Dronten.

Keuterboertjes

Op het platteland wijst niets op verandering: de overgrote meerderheid van de 85 miljoen Ethiopiërs leidt exact hetzelfde leven als hun voorouders: dat van zelfvoorzienende keuterboertjes. Maar de hoofdstad Addis Abeba bruist van vernieuwing. Hier is te merken dat het land al zes jaar in de top vijf van snelst groeiende economieën ter wereld staat. Overal wordt gebouwd, en het straatbeeld verandert in sneltreinvaart: waar de wegen drie jaar geleden nog vol stonden met decennia oude Lada's uit de communistische Mengistu-periode aangevuld met stokoude geïmporteerde Toyota's, zien de straten nu zwart van vrijwel nieuwe Chinese auto's. Maar die welvaart komt maar voor een klein deel ten goede aan de Ethiopische bevolking. Even ten oosten van de hoofdstad groeit de Eastern Economic Zone in rap tempo. Naast dit bedrijventerrein verrijst een flinke stad, geheel in modern-Chinese stijl. Compleet met winkels, voorzieningen en media, bouwt men daar aan huisvesting voor 40.000 Chinezen. Elke functie waarvoor enige opleiding is vereist, wordt vervuld door een Chinees. De Ethiopiërs zijn er voor het handwerk, à raison van een dollar per dag.

‘Dat is vernietiging van economisch kapitaal', meent Minas. ‘Ethiopiërs moeten die rol op zich nemen, zodat de opbrengst van deze enorme economische groei in ons eigen land blijft. We moeten onze welvaartsgroei gebruiken om te investeren in onze toekomst, in plaats van deze te exporteren naar Azië. Daar hebben uiteindelijk ook onze Chinese partners baat bij.'

Hope University heeft niet voor niets nauwe contacten met Woord en Daad, én met enkele protestantse kerken in de VS: de organisatie steekt haar evangelicale wortels niet onder stoelen of banken. Minas, ooit gevlucht uit Ethiopië, maakte snel carrière in de VS, maar voelde zich door God geroepen terug te keren naar zijn land. De laatste jaren neemt de ruimte voor protestantse christenen toe, merkt hij. Dat is opmerkelijk, want protestanten zaten jarenlang ingeklemd tussen de twee hoofdreligies: de - relatief liberale - islam en de antieke, oppermachtige en in zichzelf gekeerde Koptisch-Orthodoxe kerk. Het land heeft nog steeds een plekje in de ranglijst Christenvervolging, opgesteld door Open Doors.

Desondanks legde president Girma Wolde Giorgis in 2006 de hoeksteen van de universiteit en verrichtte hij vorige week de openingshandeling. ‘Dat is een signaal van emancipatie van Bijbelgetrouwe christenen in ons land', meent Minas. Al is die vrijheid relatief: de overheid verbiedt expliciete verwijzingen naar het christendom binnen de leslokalen. Maar het hele onderwijsconcept is doordrenkt met christelijke ethiek, zegt Minas. ‘Bovendien hebben we een kapel, is er Bijbelstudie en christelijk onderwijs, al is dat op vrijwillige basis. We verwachten ook dat onze niet-christelijke studenten zich respectvol opstellen ten opzichte van onze identiteit.'

Ondanks dat het christelijk onderwijs met enige omzichtigheid wordt vormgegeven, gaat er van deze universiteit ook een ander, krachtig signaal uit, meent Minas. ‘Tijdens de opening, in het bijzijn van de president, hebben we God gedankt voor Zijn hulp, hebben we gezongen en gebeden. Dat is allemaal uitgezonden door de staatstelevisie. Heel Ethiopië kon zien dat Bijbelgetrouwe christenen dit land niet ondermijnen, maar dat de boodschap van Christus er een is van hoop en verwachting, ook voor ons land.'

Hope university internationaal project

Vier jaar lang werd vanuit heel de wereld gewerkt aan de Hope University. De aannemer kwam uit China, donoren uit Nederland, de VS, Groot-Brittannië en Scandinavië. Diverse Nederlandse ondernemers investeerden tijd, geld en kennis in het project. Namens de ondernemers begeleidde Niek Hoffius het project in Addis Abeba. Een kort overzicht:

  • opleidingen: management, accountancy, architectuur, voedseltechnologie
  • capaciteit: maximaal 2000 studenten én 1600 avondstudenten
  • ontwerp: GelukTreurniet architecten
  • aannemer: China Jiangsu
  • bouwkosten: 7 miljoen, waarvan 2,4 miljoen via Woord en Daad
  • oppervlakte universiteit: 13.000 m2