Woord en Daad

Investeren in Afrika loont

Interview

Geplaatst door Aldwin Geluk, medewerker W&D op 12 januari 2012

Terug naar het overzicht

‘We moeten investeren in bewustwording: mensen duidelijk maken dat een andere manier van werken op termijn meer voorspoed kan brengen.’

Hulp geven aan Afrika kan nodig zijn, zeker in tijden van hongersnood. Maar durf ook te investeren in het bedrijfsleven, bepleit John Lindhout van Woord en Daad. ‘Dat levert structurele veranderingen op, waardoor mensen meer alternatieven hebben als er bijvoorbeeld droogte ontstaat.'

Er was de afgelopen maanden veel aandacht voor droogte in de Hoorn van Afrika. En velen hebben ruimhartig gegeven om de slachtoffers van de droogte te kunnen helpen. Maar intussen is ook de discussie opgelaaid over het achterliggende probleem: waarom is er toch altijd te weinig voedsel in bepaalde regio's van Afrika? Heeft dat alleen te maken met droogte en klimaat, of is er meer aan de hand?

John Lindhout, medewerker agrarische bedrijfsontwikkeling* bij Woord en Daad, vraagt aandacht voor de kansen die investeringen in het bedrijfsleven bieden om de problemen in Afrika structureel te lijf te gaan. ‘De Nederlandse overheid heeft onlangs gezegd dat voedselvoorziening in Afrika ook een verantwoordelijkheid is van bedrijven, niet alleen van overheden of hulporganisaties', zegt hij.

Kan de inzet van het bedrijfsleven een volgende hongersnood in de Hoorn van Afrika dan voorkomen? ‘Niet helemaal', zegt John Lindhout. ‘Maar als mensen in bijvoorbeeld de droge regio van Ethiopië meer inkomstenbronnen hebben, komen de gevolgen van de droogte in elk geval minder hard aan.'

Hij geeft een voorbeeld. Als in een streek met veel kleinschalige landbouw in Ethiopië een bedrijf ontstaat dat koeien professioneel slacht, en het vlees verwerkt en verpakt voor de nationale markt, profiteert niet alleen de ondernemer daarvan, maar krijgen ook alle boeren in de omgeving een betere prijs voor hun koeien. ‘Daarmee helpen we dus de hele regio vooruit. Als er dan droogte ontstaat, hebben mensen een alternatieve vorm van inkomsten.' Ethiopië is het land met de grootste veestapel van Afrika, dus wat dat betreft is er een enorme potentie, stelt Lindhout.

Verfrissend

Sommigen vinden alle nadruk op het bedrijfsleven een te zakelijke opstelling, maar John Lindhout vindt het juist een verfrissend geluid. ‘Het is een feit dat er méér voedsel nodig is in Afrika. Al tientallen jaren proberen hulporganisaties dit te bereiken door kleine boeren -ik noem ze keuterboertjes- te ondersteunen. Maar het wordt steeds duidelijker dat we het alleen daarmee niet redden.'

Overheden in ontwikkelingslanden, maar ook organisaties als Woord en Daad, moeten volgens Lindhout meer stimuleren dat er commerciële landbouw ontstaat: grote boerenbedrijven die veel produceren en daarmee ook de voedselprijzen omlaag kunnen brengen. ‘Voor een deel hebben de stijgende voedselprijzen te maken met het feit dat heel veel mensen in Afrika maar op hun eigen stukje land blijven keuteren. We moeten dus ook investeren in bewustwording: mensen duidelijk maken dat een andere manier van werken hun en hun familie op de lange termijn meer voorspoed kan brengen. Maar dan zullen ze wel in dienst moeten willen treden bij dat nieuwe, grote boerenbedrijf in de buurt.'

Aan de Nederlandse kant is het een probleem dat investeringen voor zulk soort projecten vaak een lange adem vragen. ‘Er komt niet direct rendement, dat duurt soms jaren.' Vandaar dat Woord en Daad bemiddelt tussen Nederlandse investeerders en Afrikaanse ondernemers. Nederlandse bedrijven die met hun kennis en middelen graag iets voor Afrika betekenen, willen bijvoorbeeld leningen verstrekken en co-investeren. ‘We dragen dan samen het risico', zegt Lindhout.

Wat veel ondernemers en investeerders niet weten is dat er, na een aanloopperiode, wel degelijk goed geld valt te verdienen met investeren in Afrika. Rendementen van 8 tot 10 procent op Afrikaanse investeringen zijn geen uitzondering, volgens hem.

Investeren

Lindhout hoopt dat naast Afrika ‘helpen', in Afrika ‘investeren' de komende jaren steeds gewoner zal worden. ‘In de regio Karamoja in het noorden van Oeganda geeft het wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties bijvoorbeeld al veertig jaar voedselhulp', legt Lindhout uit. ‘Hele generaties groeien daar op met het idee dat iedereen automatisch een keer per maand een voedselpakket krijgt uitgereikt. Het zou beter zijn als de mensen daar in hun eigen onderhoud leerden voorzien.'

Een groep Nederlandse ondernemers is nu samen met Woord en Daad bezig daar een bedrijf op te zetten dat -met hulp van de inzet van goede machines- grootschaliger landbouw mogelijk maakt in Oeganda.

Lindhout: ‘Probeer Afrika niet alleen te zien als continent met arme mensen die hulp nodig hebben, maar heb ook oog voor de ondernemers die graag zelfstandig en zelfbewust willen groeien.'

 

*afdeling heet officieel Agribusiness & Enterprise Development

 

Print deze pagina Stuur door Reageer

Mail een vriend

Laat een reactie achter