Woord en Daad

Opinie: Nederlandse sloppen en het mes in ontwikkelingssamenwerking

Opinie

Geplaatst door Dicky Nieuwenhuis, lid raad van bestuur W&D op 06 maart 2012

Terug naar het overzicht

‘Koninkrijk vol sloppen’ ligt al een tijd op mijn nachtkastje. Af en toe lees ik een stuk uit dit fascineren de boek over vuil, ziekte en armoede in de Nederlandse achterbuurten van de negentiende eeuw.

De schrijver, historicus Auke van der Woud, brengt de schrijnende armoede van onze negentiende-eeuwse Hollandse voorouders indrukwekkend dichtbij. Zo beschrijft hij een gezin met 9 kinderen, dat met z'n allen op een donkere, tochtende zolderkamer woont én werkt. De kinderen pellen dagelijks garnalen, voor rijke afnemers die slechts een 100 meter verderop wonen in goed verzorgde grachtenpanden. De grachtengordelbewoners beseffen niet eens dat er aan hun achtertuin sloppenwijken grenzen.
De sloppenwijken in de Nederlandse steden zijn verdwenen. Maar toch ook weer niet, schrijft Van der Woud: "De achterbuurten staan nu alleen aan de andere kant van onze wereld. Op afstand, en toch mooi dichtbij. Bestellingen zijn op afroep leverbaar, met een dagje vliegen zijn ze hier".

Haarlemmerolie

Deze week starten de onderhandelingen over extra bezuinigingen. Er zullen pijnlijke keuzes gemaakt moeten worden. In het toenemende grimmige economische klimaat is ontwikkelingssamenwerking een aantrekkelijke bezuinigingspost geworden. Want deze ingreep doet zo'n pijn niet- in ieder geval niet bij ons. Een Malieveld vol protesterende burgers hoeven we niet te verwachten. De harde kritiek op ontwikkelingssamenwerking die dagelijks in de media voorbij komt, knaagt ook aan het draagvlak van hen die traditioneel armoedebestrijding een warm hart toedragen. Zo is de neergaande curve van het draagvlak voor OS bij CDA-stemmers dramatisch: begin maart was 67% voor bezuinigen.

Terwijl het mes nog niet in de begrotingstaart is gezet, starten de analyses al waarom ontwikkelingsorganisaties er niet in geslaagd zijn door de negatieve beelden van strijkstokken, corruptie en bodemloze putten heen te breken. Eén van de verklaringen zou zijn dat hulporganisaties er niet in geslaagd zijn om ontwikkelingshulp positief te ‘framen'. De PVV slaagt er uitstekend in om een negatief beeld te schetsen van hulp, waar blijft het positieve tegenbeeld? Waar zijn de spindoctors en mediastrategen die uitleggen waarom we ons zouden inzetten voor de mensen die het minder hebben, luidt het verwijt. Maar de valkuil, dat ontwikkelingsorganisaties zichzelf voorstellen als een soort Haarlemmerolie tegen armoede, is evenzeer aanwezig. ‘Wij helpen u de wereld te verbeteren!'

Eigen schuld

In de tijd dat ons Koninkrijk nog vele sloppen telde, woedde eind 19e eeuw het debat over armoede -de sociale kwestie. Er rolden argumenten over de tafel die nu, in wat andere bewoordingen, te herkennen zijn in het debat over ontwikkelingssamenwerking : ‘Armoede is je eigen schuld'. ‘Armen bedreigen de maatschappelijke orde'. ‘Arm en rijk is een door God gegeven orde'. De doorbraak kwam toen het idee steeds meer post vatte dat de samenleving niet een verzameling individuen was, maar een levend organisme, ‘waarvan het ene deel niet ziek kan zijn zonder dat ook de andere delen lijden', zoals Van der Woud in zijn boek beschrijft. De doorbraak werd versneld door journalisten die sloppenwijken beschreven, predikanten als dominee Heldring die geconfronteerd werd met armoede in de provincie, en door doortastende confessionele en niet-confessionele politici als Groen van Prinsterer en Cort van der Linde.

De samenleving als levend geheel, een organisme, overschrijdt in de 21e eeuw vele grenzen. De armen bevinden zich weliswaar niet meer letterlijk in onze achtertuin, maar zijn via onze kledingkast en boodschappenwagen nog altijd met ons verbonden. De kernvraag in het huidige debat is dezelfde als eind negentiende eeuw rond de sociale kwestie: Weten we ons verbonden met onze medemensen in diepe armoede? Het antwoord voor een organisatie als Woord en Daad wordt gevoed vanuit de Bijbel, waarin barmhartigheid en gerechtigheid altijd hand in hand gaan. Tegelijk behoedt de Bijbel ons voor overspannen verwachtingen. Daarvoor zit de zonde te diep in mensen en structuren. Als je dit beseft, begrijp je ook dat armoedebestrijding geen kwestie is van ‘grote stappen, snel thuis'.

Het is daarom niet toevallig dat uit een onderzoek van TNS-Nipo in juni 2011 blijkt dat het draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking bij christenen aanzienlijk hoger is dan bij de gemiddelde Nederlander. Plichtsbesef speelt ongetwijfeld een rol, maar ook begrip voor het feit dat de wereld niet maakbaar is. Alleen maar investeren in het bedenken van de beste slogans om ontwikkelingssamenwerking te redden zou dan ook een grote misser zijn. Zolang er geen begrip is voor wat armoede betekent, vallen die slogans als zaad op een rotsbodem - om in Bijbelste termen te blijven spreken. Neem de tijd om te luisteren naar en te praten met je eigen achterban. Zoek naar mogelijkheden om hen concreet te verbinden met mensen over de grens. Iets wat veel organisaties grandioos hebben verwaarloosd.

Hervorming

De wereld om ons heen verandert hard. Dat ontwikkelingssamenwerking hervorming behoeft om nog effectiever te worden, is daarom helder. Een aantal onderwerpen vraagt daarbij nog stevige discussie. Wanneer is hulp via de overheid een goede weg (omdat je door de schaal veel mensen kunt bereiken) en wanneer niet (bijvoorbeeld omdat overheden verleid worden geen belasting te heffen omdat hulpgeld wel zo makkelijk is)? In hoeverre maakt het stimuleren van eerlijke handel het direct investeren in scholing, schoon drinkwater en betere landbouw overbodig? Of moeten we accepteren dat er landen en regio's zijn die niet zonder hulp kunnen? Wat is de toegevoegde waarde van Nederlandse hulporganisaties, nu organisaties in het Zuiden steeds capabeler worden?

Er is niet één standaard recept. Maar er zijn wel vele creatieve oplossingen. Laten we die met elkaar delen: overheden, ondernemers, wetenschappers, burgers, hier én daar. En daarbij creativiteit, innoverend vermogen, kennis en middelen met elkaar verbinden. In de negentiende eeuw was het de overheid die krachtig het voortouw nam. In onze tijd van globalisering en netwerken zullen het wisselende coalities zijn, waarin soms bedrijven, dan weer overheden of hulporganisaties het initiatief nemen. Laat de overheid dit initiatief niet wegbezuinigen, maar juist stimuleren.

Het kabinet moet gaan snijden, en niet zuinig ook. Op ontwikkelingssamenwerking is in de afgelopen 2 jaar al 1 miljard, 20% van het totale budget, bezuinigd. Meer dan op welk ander beleidsterrein ook, zowel in procenten als in harde euro's. Nog verder snijden, zou in deze fase kapitaalvernietiging betekenen. Dat moeten we met elkaar niet willen. Tegelijkertijd vragen de veranderingen in de omgeving én het economische klimaat meer dan alleen maar roepen dat we de 0,7% moeten handhaven. Dit percentage is geen vanzelfsprekend recht, de overheid en organisaties zullen draagvlak hiervoor steeds opnieuw moeten verdienen. Hervorming en vernieuwing van de sector zal dan ook een harde voorwaarde richting de sector moeten zijn om dit recht te handhaven.

Een fundamentele hervorming vraagt wel tijd en ruimte. Daarom roepen we het kabinet op niet nog verder te snijden. Omdat deze ‘makkelijke' bezuiniging duizenden mensen direct in hun dagelijks bestaan raakt. Omdat het harde afbraak tot gevolg zal hebben van opgebouwde resultaten in de afgelopen jaren. Om het recht van de armen,waarmee miljoenen Nederlanders zich blijvend verbonden weten!

Print deze pagina Stuur door Reageer

Mail een vriend

Laat een reactie achter