Hoe langer Scotch en ik elkaar kennen, hoe beter ik hem begrijp. Ik kan inmiddels aardig voorspellen hoe hij ergens op reageert. Ook heb ik haarscherp door wanneer hij me wel hoort maar niet luistert. Vooral als ik iets zeg wat niet in zijn straatje past, luistert hij niet. Tot zover mijn hondenpsychologie.

Een hond houdt je altijd een spiegel voor. Gek genoeg dacht ik aan Scotch toen ik het AIV-rapport ‘Gezamenlijk investeren in transities, een toekomstvisie op internationale samenwerking’ las. Dat vraagt om uitleg.

Scotch hoort zijn baasje prima, maar negeert de boodschap als die hem niet uitkomt. In de internationale samenwerking gaat het soms net zo. Luisteren we echt naar lokale partners, ook als ze iets zeggen wat botst met onze eigen opvattingen?

Op verzoek van het kabinet schreef de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) een advies over de toekomst van de Nederlandse internationale samenwerking. De conclusie: ontwikkelingssamenwerking moet op de schop. Het rapport benoemt veel, maar één punt springt eruit: eigenaarschap. Simpel gezegd: stop met vanuit Nederland bedenken wat goed is voor de naaste ver weg, en ga samen aan tafel. Mensen in Burkina Faso of Ethiopië weten zelf het best wat hun dorp, hun land en hun toekomst nodig hebben. Zij horen aan het stuur, wij zijn hooguit bijrijder. Nederland zou samen met landen in het Zuiden moeten investeren in veranderingen die er echt toe doen: werk en inkomen, veiligheid, een gezonde leefomgeving en goed bestuur. Dat vraagt een andere manier van werken. Per land kijken wat nodig is, en als partners zoeken naar de juiste aanpak van de grote uitdagingen van deze tijd. Want samenwerking die niet van de mensen zelf is, blijft een mooi plan op papier. Samenwerking die ze omarmen, schiet wortel.

De eerste reacties uit de sector op het adviesrapport zijn positief. Dat verandering nodig is, beseft iedereen. En meer eigenaarschap voor de mensen met wie we werken klinkt velen als muziek in de oren. Een veelgehoorde reactie: ‘Dit hebben we al in gang gezet en daar zijn we volop mee bezig.’

Vragen we onze partnerorganisaties hoe zij het advies lezen, dan zijn ook zij positief. Maar zeggen ze: ‘Er is nog een lange weg te gaan. Er wordt met ons samengewerkt en we trekken samen op. Maar als we iets aankaarten dat niet in het straatje van onze Nederlandse partner past, verandert de toon in het gesprek.

Hoe ‘honds’ is onze reactie? Laten we de stem van het Zuiden echt klinken, als het ongemakkelijk wordt? Misschien begint het antwoord bij iets eenvoudigs: echt luisteren en van daaruit handelen. Ook als het schuurt. Bij Scotch zie ik precies wanneer hij mij wel hoort maar niet luistert. Laten we eerlijk zijn: als sector zijn we soms net die eigenwijze Beagle. We horen wel, maar luisteren niet. Als we willen dat eigenaarschap meer is dan een mooi woord, dan begint het met leren luisteren. Houd je koest en luister eens wat beter, dan hoor je meer.

Over de auteur

Rina Molenaar is voorzitter van de raad van bestuur van Woord en Daad.

We zijn benieuwd naar uw reactie. Laat het ons weten via info@woordendaad.nl