Ik heb makkelijk praten overigens: van huis naar het werk kost mij 15 minuten op de fiets. En dat midden in het gebied Gorinchem – Drechtsteden waar qua onderhoud heel veel gaande is deze zomer.
Hebben ze bij Rijkswaterstaat zitten slapen, of zijn ze op het ministerie te krenterig geweest? Dat blijkt toch genuanceerder te liggen. In de naoorlogse periode is veel geïnvesteerd in wegen, bruggen en tunnels. En ook een brug gaat eenmaal met pensioen laat Rijkswaterstaat weten. Dit soort investeringen gaat doorgaans 50-80 jaar mee. Ook de belasting van de wegen en bruggen neemt over de jaren steeds meer toe. Bovendien vragen langere perioden van hitte en grotere hoeveelheden hemelwater om nieuwe, toekomstbestendige infrastructuur.
OK, dat lijken zinnige redenen voor opgestroopte mouwen bij VVD-minister Karremans. Maar dat gaat dan niet zonder file, omrijden, vertraging, frustratie. Je wordt sluipverkeer, zo’n mooi woord waarmee je denkt de rest te slim af te zijn. Maar meer mensen hadden bedacht die N-weg te nemen. Je reistijd neemt hoe dan ook toe. Je reis wordt een ding op zich, die groot in je dag gaat zitten.
En dát komt me bekend voor. Op weg naar een vergadering in mierennest Kampala, de hoofdstad van Oeganda, kan een paar kilometer een uur duren. Of in de auto naar een plattelandsgemeenschap in Benin: urenlang stoffige wegen van gravel, vol kuilen en gaten. Onderweg kom ik groepjes jongens tegen die gaten dichten en met de spade in de hand aan het raampje komen voor een fooi. De reis gaat groot in je dag zitten.
Moeizame mobiliteit is in veel landen op deze wereld een geaccepteerde realiteit. Met een regenseizoen dat stukken weg laat verdwijnen. Bruggen die er nooit zijn geweest. Gezondheidszorg die haast onbereikbaar is. Markten die uren verderop liggen.
Op reis voor mijn werk geeft dat waardevolle momenten: tijdens al die hobbelende reisuren voer ik mooie gesprekken met collega’s of partners. Doe ik inspiratie op vanachter mijn autoraampje, broed ik op nieuwe ideeën. Ik overdenk het leven, juist als het zonlicht als honing wordt.
Waarom lukt het me díe langere reistijd daar wél te waarderen, terwijl de vertraging op de weg thuis mij irriteert? Het heeft te maken met het aanvaarden van omstandigheden. Maar ook met het inzicht dat de reis een bestemming kan zijn in zichzelf.
Horen we hier een loftrompetje op gebrekkige infrastructuur? Zeker niet. Ik word blij als ik zie hoe in het globale zuiden hard gewerkt wordt aan betere infrastructuur. En eerlijk is eerlijk: na 4 uur hobbelen over wegen van gravel, omgeven door stof, heb ik genoeg inspiratie opgedaan.
Wat ik wel wil zeggen: een pluim voor de mensen van Rijkswaterstaat én voor de jongens in Benin. Zij leveren mooi werk!
Kijk je wereldwijd, dan zijn wij Nederlanders enorme boffers. Mag ik daarom voorstellen: laat de vertraging in het verkeer deze zomer een les in dankbaarheid en solidariteit zijn. Al zal ook dát werk in uitvoering blijven.