Iedereen welkom
Door trainingen in inclusief onderwijs leerde Aubine hoe ze haar lessen zo kan inrichten dat meer kinderen mee kunnen doen. Inmiddels verwelkomt ze ook kinderen met een beperking bewust in haar klas.
Ze begint de schooldag bijvoorbeeld met aandacht voor hoe het met de kinderen gaat. Wie ergens mee zit, krijgt de gelegenheid om dat te vertellen. Aubine probeert kinderen gerust te stellen en vertrouwen te geven voordat de lessen beginnen.
Ook tijdens de les kijkt ze naar wat ieder kind nodig heeft. Mouinatou, een leerling met albinisme, zit bijvoorbeeld vooraan, zodat zij beter kan zien wat er op het bord staat. Kinderen die meer tijd nodig hebben om antwoord te geven, krijgen die tijd. En Fadèle, die vanwege zijn beperkte motoriek schrijven lastig vindt, helpt Aubine stap voor stap.
‘Ieder kind is geliefd’
Maar inclusief onderwijs gaat voor Aubine niet alleen over een andere plek in het klaslokaal of extra tijd voor een opdracht. Het gaat ook over hoe kinderen met elkaar omgaan. In het begin merkte ze dat leerlingen soms lachten om klasgenoten met een beperking. “Ik leg uit dat ze hun klasgenoten niet moeten uitlachen. Ieder kind is geliefd.”
Ze vertelt over een leerling die stottert. Toen hij tijdens een les antwoord wilde geven, had hij daar tijd voor nodig. Andere kinderen begonnen ondertussen te roepen dat zij het antwoord wilden geven. Aubine hield hen tegen. “Ik zei: nee, laat hem praten. Het duurde even, maar uiteindelijk kon hij zeggen wat hij wilde zeggen. Toen heb ik voor hem geklapt.”
Voor Aubine zijn alle leerlingen gelijk. “Met of zonder beperking: voor mij zijn ze hetzelfde.” Ze hoopt dat de kinderen haar niet alleen als hun leerkracht zien, maar ook als iemand bij wie ze zich veilig en gezien voelen.
Zelf ook veranderd
De trainingen veranderden niet alleen haar manier van lesgeven. Aubine merkte dat ze zelf ook moest veranderen. Ze leerde geduldiger te zijn en kinderen meer ruimte te geven.
“De trainingen hebben me enorm geholpen. Ik kan mezelf nu beter beheersen om de kinderen te helpen.” Waar ze vroeger sneller boos werd of hard reageerde, probeert ze nu rustiger te blijven en te kijken naar wat een leerling nodig heeft.
Kracht door God
Lesgeven aan zo’n grote klas, waarin kinderen verschillende behoeften hebben, vraagt veel van Aubine. Haar belangrijkste bron van kracht is haar geloof. “God geeft mij de kracht om door te gaan. Mijn gezondheid was een tijd kwetsbaar, maar vandaag heb ik kracht dankzij God en dankzij gebed. Als ik ’s morgens opsta, bid ik en begin ik mijn dag.”
Ook haar directeur speelt een belangrijke rol. Al jaren moedigt hij haar aan en geeft hij advies wanneer ze ergens niet uitkomt. “Als ik iets niet weet, ga ik naar hem toe. Dan vraag ik: hoe kan ik dit doen? Hij helpt mij en dan kan ik verder.”
Liefde
Maar uiteindelijk is het vooral de liefde voor haar leerlingen die haar motiveert om voor de klas te blijven staan. Soms merkt ze hoeveel die liefde wederzijds is als ze wat later dreigt te komen.
“Mijn huis is niet ver van school. Als ik een keer wat later ben, staan de kinderen al voor mijn deur. ‘Juf, we zijn gekomen om uw tas naar school te brengen’, zeggen ze dan.”
Voor Aubine is dat waarom ze doorgaat: haar geloof, de steun om haar heen en de band met haar leerlingen. Haar wens is eenvoudig: dat ieder kind in haar klas de kans krijgt om te leren en zich welkom te voelen.