Steun Colombia na de aardbeving.

Long read

‘Ook in deze ramp staan we er niet alleen voor’

Juan David Acevedo maakt zich klaar voor zijn dagelijkse speurtocht naar overlevenden.

In enkele seconden veranderde het leven van veel gezinnen in Venezuela voorgoed. De aardbeving op 24 juni verwoestte levens en bezit, maar bracht ook het beste in mensen naar boven. “We blijven hier totdat de laatste is teruggevonden.”

Voor Isamar Vargas (36) begon het met een moment van pure paniek. Ze was thuis met haar baby toen plotseling de grond hevig begon te schudden. “De stroom viel uit en er was een verschrikkelijk kabaal. Ik vloog naar de deur, maar van angst kreeg ik de sleutel haast niet in het slot. Toen ik buiten kwam, zag ik puin neerstorten op mijn buurmans auto. Ik dacht alleen aan mijn drie kinderen, mijn ouders en onze buren. Ik wilde dat iedereen het er levend van zou afbrengen”, vertelt ze.

De angst is weken later niet verdwenen. Vargas’ huis heeft schade opgelopen. Haar dochters durven niet meer in hun eigen slaapkamer te slapen en overnachten nu in de woonkamer. Elke trilling, stroomstoring of harde knal roept opnieuw paniek op. “Veel ouders weten niet hoe ze hun kinderen kunnen helpen of troosten, als die niet kunnen slapen. Het moeilijkste is de voortdurende onzekerheid: kan ons huis herbouwd worden, raken kinderen hun angst kwijt, kunnen we ooit nog rustig slapen?”

Ze is dankbaar dat haar gezin er niet alleen voor staat. “We krijgen geestelijke ondersteuning. Kerken, pastors en vrijwilligers wijzen ons op hoe belangrijk het is om op God te vertrouwen en eensgezind te blijven. Hun bereidheid om te luisteren en te bemoedigen doen me beseffen dat we er niet alleen voorstaan.”

Levens redden

De ramp staat voor altijd gekerfd in het geheugen 28-jarige Juan Carlos Andrade, door iedereen ‘Chelo’ genoemd. Toen hij de grond voelde beven, vloeg hij naar zijn appartement met maar één gedachte: zijn moeder, zus en buren. “Het enige wat ik God vroeg, was dat we allemaal levend zouden ontsnappen.” Toen hij arriveerde, bleek het gebouw te zijn ingestort.

Tussen de gevallen betonplaten ging Chelo op zoek. “Ik vond een jonge, zwangere vrouw die vastzat bij een tafel. En twee gewonde kinderen, van wie één een gebroken arm had; ik heb ze over een muur aan hun moeder gegeven.” Bij de ramp bleken sommige buren om het leven te zijn gekomen. Chelo’s familie bleef ongedeerd. “Ik ben dankbaar voor elk leven dat we konden redden; dat geeft me diepe rust, al voel ik me nu ongelukkig. Veel families verloren alles. De weg vooruit zal buitengewoon moeilijk zijn.”

Op slippers

Voor Juan David Acevedo kreeg de ramp een andere betekenis. Als vrijwilliger reisde hij naar het getroffen gebied om te helpen. “Op eigen houtje, zonder geld maar gedreven door geloof.” De verwoesting die hij aantrof, was zo groot dat hij op de eerste dag terug naar huis ging. “Ik was zo bang, dat ik mijn moed verloor.” Thuis barstte hij in tranen uit. Twee uur lang huilde hij.

Toch besloot Acevedo terug te keren om slachtoffers te helpen. “Huilen alleen helpt niet”, meent hij. Nu, ruim een maand later, ziet hij nog dagelijks de gevolgen van de aardbeving: kinderen die op slippers tussen het puin lopen, families die alles kwijt zijn en mensen die zo getraumatiseerd zijn dat ze nauwelijks kunnen praten. “De nood is nog steeds immens”, zegt Acevedo. “Als vrijwilligers en families hebben we echter besloten de hoop niet op te geven. We zullen hier blijven tot het einde, tot de laatste persoon – levend of niet – is teruggevonden.”

(foto: Juan David Acevedo maakt zich klaar voor zijn dagelijkse speurtocht naar slachtoffers.)

 

'Kunnen we ooit nog rustig slapen?'
Isamar Vargas