„Kòman ou ye?”, vragen Haïtianen elkaar. Dat betekent: „Hoe gaat het met je?” Het antwoord luidt dan meestal: „Mwen pa pi mal.” „Het gaat met mij niet slechter.”
Een typisch Haïtiaans antwoord waarin naast berusting ook een soort levensmoed tot uiting komt.
Op het eerste gezicht is het een gewone vraag, snel gesteld. Maar wie vandaag vraagt: „Hoe gaat het met Haïti?” merkt vooral de stilte. Niet omdat er niets te zeggen is, maar omdat het land, terwijl de chaos toeneemt, is verdwenen uit onze krantenkolommen.
Met het doodschieten van de president in zijn huis in 2021 werd de politieke situatie nog instabieler en kregen bendes de ruimte om uit te groeien tot dominante machtsstructuren. Het geweld door bendes nam toe onder leiding van Jimmy Chérizier. Hij is een voormalige politieagent van het elitekorps. In 2018 werd hij ontslagen. Zijn bijnaam is ”Barbecue”. Volgens hemzelf draagt hij die naam omdat zijn moeder op straat gefrituurde kip verkocht. Anderen zeggen dat hij zijn bijnaam kreeg omdat hij tijdens slachtpartijen mensen in brand stak. Hoe dan ook is Barbecue een gevreesde man.
Sinds 2023 zijn de bendes georganiseerd in een grotere alliantie met de naam ”Viv Ansanm” (Samen Leven). Een wrange naam, omdat samenleven in Haïti juist door deze bendes vrijwel onmogelijk wordt gemaakt.
Wie alles op een rij zet en even tot zich laat doordringen, kan moedeloos worden. En snapt de stilte rond Haïti niet. De kranten zouden dagelijks met nieuws uit dit land gevuld kunnen worden. De werkelijkheid is echter dat Oekraïne en Gaza het nieuws domineren. Dagelijks worden hieraan uren zendtijd besteed en worden de nodige analyses gemaakt. Begrijpelijk, want ook daar is sprake van groot en schrijnend leed dat onze aandacht verdient.
Maar in Haïti ontwricht het bendegeweld nu het dagelijks leven van veel mensen in en rond de hoofdstad Port-au-Prince volledig. Gewone burgers leven in permanente onveiligheid. Daarnaast zijn er 1,5 miljoen mensen op de vlucht en is er acute honger in veel gezinnen. Het verschil tussen Gaza en Haïti ligt niet in de ernst van de situatie, die überhaupt niet te meten valt. Het verschil zit hem in de plek op onze nieuwsagenda.
Tijdens een Haïti-avond afgelopen week in Gorinchem kwam het land voor mij weer dichtbij. Gasten uit Haïti deelden met ons informatie over de situatie in hun land. Toen ik daarna naar huis reed, bleef een vraag hangen. Misschien een ongemakkelijke vraag, maar ik wil die toch met u delen: laten wij onze bewogenheid bepalen door nabijheid en geopolitiek belang of door de waarde van ieder mensenleven?
Het is ingewikkeld om goed te doen in een land waar goed bestuur ver te zoeken is en waar systemen en structuren corrupt en kapot zijn. Toch blijven mensen doorgaan met het opzetten van programma’s en digitale infrastructuur, om midden in de chaos en complexiteit tekenen van hoop te bieden. Ook wij worden geroepen om die hoop zichtbaar te maken door het mogelijk te maken dat kinderen naar school kunnen gaan: als een kleine daad van verzet en als een weigering om ons over te geven aan angst. Compassie en gerechtigheid gaan daarbij hand in hand. We zijn diep geraakt door het leed op Haïti en staan, waar we kunnen, op voor het recht. Door onderwijs voor kinderen toegankelijk te houden, te midden van wanorde en onrecht.
Juist in een land waar hoopvolle mensen leven die van zichzelf zeggen: wij zijn als riet – we buigen wel, maar breken niet. Deze kleine handelingen dragen tekenen van hoop in zich. Zoals een mooi Haïtiaans gezegde luidt: ”Lespwa fè viv.” „Hoop houdt je in leven.”
Als het even kan, proberen de Haïtianen die ik spreek de tekenen van hoop ook daadwerkelijk te zien. In januari werd Haïti in de Tweede Kamer genoemd door middel van een motie van SGP-Kamerlid Diederik van Dijk. In die motie vraagt hij aandacht voor het verlichten van de humanitaire situatie in Haïti. Het feit dat Haïti in Den Haag weer genoemd werd, was voor Haïtianen een bemoediging. Dat de feiten even kort werden benoemd en dat er niet werd weggekeken, betekende veel voor hen.
U bent na het lezen van deze column een paar Haïtiaanse woorden rijker. Ik hoop dat het wegkijken van Haïti nu moeilijker is. In het verlengde van de vraag: „Kòman ou ye?” verdienen de Haïtianen het dat er naar hen geluisterd wordt.