De AIV adviseert de Nederlandse regering, dus het rapport is geen kattebelletje. Het kabinet trekt de komende drie jaar ongeveer 400 miljoen euro extra uit voor ontwikkelingssamenwerking. De prioriteit moet liggen bij investeringen in vier mondiale transities die elk land aangaan: armoede, veiligheid, een leefbare planeet en democratische instituties.
Reactie Woord en Daad
Woord en Daad ondersteunt het rapport en moedigt de hele sector aan om samen werk te maken van de aanbevelingen. Daarbij erkennen we dat al stappen zijn gezet, maar ook dat er nog veel te winnen valt. Het is van groot belang dat het rapport de klemtoon legt op betrokkenheid van de Nederlandse samenleving, op samenhangend beleid en gedeelde verantwoordelijkheden.
– betrokkenheid
Terecht stelt de AIV dat ontwikkelingssamenwerking stevig verankerd moet zijn in de Nederlandse samenleving. Dat zien wij terug in de inzet van kerken, ondernemers, scholen, kringloopwinkels en vele vrijwilligers bij ons werk. Investeren in sterke relaties tussen Nederland en onze partnerlanden is daarom een belangrijke opdracht. Het versterkt het draagvlak in ons land voor internationale samenwerking.
– beleidscoherentie
Volgens de AIV moet Nederland zorgen voor samenhang in zijn beleid. Te vaak nog ondermijnt Nederlands en Europees beleid inzake handel, klimaat of belastingen de duurzame ontwikkeling in het mondiale Zuiden. Daarom is het belangrijk om nieuw beleid steeds te beoordelen op de gevolgen voor landen en mensen buiten Nederland. Woord en Daad onderschrijft die hernieuwde oproep van harte.
Ook effectief en ambitieus beleid op het gebied van internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen – dat in het advies ontbreekt – maakt hier wat Woord en Daad betreft onmisbaar onderdeel van uit.
– lokaal eigenaarschap
Woord en Daad steunt de ambitie om de kracht van de EU en internationale organisaties beter te benutten. Maar dit mag niet ten koste van gaan van investeringen in het maatschappelijk middenveld dat dicht bij de mensen staat. Volgens de AIV moet de rol van deze organisaties, zoals Woord en Daad, veranderen. Lokaal eigenaarschap moet centraal komen te staan. Nederlandse organisaties kunnen daarbij een cruciale rol spelen als kennispartner, verbinder, pleitbezorger en beleidsbeïnvloeder.
Woord en Daad onderschrijft de noodzaak van deze transitie en heeft in haar huidige manier van werken al belangrijke stappen gezet. In de afgelopen jaren werken we samen met onze partners in de richting om gelijkwaardigheid in onze samenwerking te vergroten. Met eenvoudiger regels voor verantwoording en financiering, kan de minister een belangrijke impuls geven aan deze nieuwe aanpak. Daarbij draait samenwerking om meer dan steun alleen: sterke partnerschappen leveren aan beide kanten kennis, inzichten en oplossingen op.
– gedeeld belang
De AIV wil dat Nederland bij ontwikkelingssamenwerking meer uitgaat van landen en regio’s, en minder van afzonderlijke thema’s. Zo’n aanpak werkt alleen als de behoeften van partnerlanden, de lokale situatie en de lange termijn het uitgangspunt vormen.
Daarbij moet Nederland altijd oog blijven houden voor wie in partnerlanden over het hoofd dreigt te worden gezien. Ontwikkelingssamenwerking mag niet alleen draaien om relaties met overheden en bedrijfsleven. Investeringen vanuit het bedrijfsleven zijn broodnodig, maar kunnen publieke financiering voor de meest kwetsbare groepen niet vervangen.
Conclusie
Woord en Daad ziet in het AIV-advies waardevolle aanknopingspunten voor de toekomst van internationale samenwerking, een perspectief dat bijdraagt aan bloeiende gemeenschappen wereldwijd. Goed dat de AIV in de richting adviseert waar veel organisaties al naar toe werken, maar hier ligt nog een stevige opgave aan de sector om dit echt vorm te geven. Graag leveren we daar, samen met onze lokale partners, een bijdrage aan met onze kennis, ervaringen en perspectieven.