De oorlog in Iran vult dagelijks het nieuws. De ontwikkelingen volgen elkaar in hoog tempo op en zijn nauwelijks bij te houden. In de samenleving levert het veel gesprekstof op. Talkshows wijden er avonden aan, kranten publiceren opiniestukken.
De discussie draait vaak om een pijnlijke afweging: is het risico van een kernwapens bezittend Iran groter dan het risico van een onbeheersbare oorlog in het Midden-Oosten? Sinds de recente aanvallen is de focus bovendien verschoven. Niet alleen de vraag wat er gebeurde, staat centraal, maar ook de vraag hoe de regio moet omgaan met een nieuwe realiteit: die van voortdurende, directe militaire confrontatie.
Er zijn mensen die hun zorgen uiten over het internationaal recht, dat met de aanval op Iran geschonden zou zijn. Opvallend genoeg reageren juist Iraniërs die voor hun veiligheid naar Nederland zijn gevlucht daar soms fel op. „Internationaal recht?”, vroeg een van hen zichtbaar gefrustreerd. „Meer dan dertigduizend landgenoten gingen de straat op om te protesteren. Ze werden vermoord. Toen bleef het stil rond datzelfde internationaal recht.”
Wie echt luistert naar mensen die uit een oorlog komen, merkt dat woorden tekortschieten. De pijn en het verdriet die zij verwoorden zijn nauwelijks voor te stellen, laat staan echt te bevatten. Oorlog brengt slachtoffers voort en ontwricht een samenleving.
„Wanneer olifanten vechten, wordt het gras vertrapt”, aldus een oude uitdrukking uit het Swahili. De grote leiders en machtige legers voeren hun strijd, maar burgers vangen de klappen op. Volwassenen en kinderen raken hun huis kwijt of blijven waar ze zijn, maar leven dag na dag in angst. Vertrapt gras.
Een land na een oorlog heeft altijd een mistroostig aanzien. Kapotgebombardeerde huizen, verwoeste wijken en onbegaanbare wegen zijn zichtbaar en pijnlijk. Toch is de schade die het meest ontwricht vaak minder zichtbaar. Oorlog tast het weefsel van een samenleving aan. Vertrouwen verdwijnt, samenwerking wordt verdacht.
Onderzoek van het Stockholm International Peace Research Institute laat zien hoe diep die sporen kunnen gaan. Na een oorlog blijven groepen die tegenover elkaar stonden elkaar vaak nog lang wantrouwen en bevechten.
Goed nieuws: vertrapt gras kan zich na verloop van tijd herstellen. Met zon, water en geduld veert het vaak weer op. Maar het platgetrapte gras van een ontwrichte samenleving heeft meer nodig dan dat: de beweging van een stille onderstroom. Die is veel minder zichtbaar, maar houdt de samenleving als cement bij elkaar.
Het zijn vaak de onzichtbare helden. Mensen die met kleine daden van goedheid geen krantenkoppen halen, maar wel verschil maken in het leven van anderen. Omdat ze gericht zijn op de ander en daarmee gemeenschappen bijeen houden wanneer alles uit elkaar dreigt te vallen.
Juist in tijden waarin wetten veranderen, vrijheden verdwijnen en het gewone leven stilvalt, gaan zij door met het uitdelen van kleine goedheid. En kleine goedheid laat zich niet organiseren of verbieden. Ze verschijnt juist op de plaatsen waar het donker het diepst lijkt. De hand op de arm van een moeder die haar zoon verloor in het leger. Een beker koud water voor een man zonder toegang tot schoon drinkwater. Een eenvoudig ontbijt voor een kind dat in een vluchtelingenkamp wakker werd zonder eten.
Kleine goedheid is niet alleen hard nodig in tijden en op plaatsen van oorlog. Sterker nog: ook in vredestijd is kleine goedheid onmisbaar. Daarom richten we onze aandacht… in het bijzonder op deze mensen, omdat het Internationaal Jaar van de Vrijwilliger wordt gevierd. Koningin Máxima opende het jaar in februari en ging met vrijwilligers in gesprek. Enkele weken later vond in Nieuwspoort in Den Haag het symposium ”De kracht van doen. Wereldwijd.” plaats. Daar werd gesproken over de ruimte en het vertrouwen dat vrijwilligers nodig hebben om hun werk te kunnen blijven doen. En er werd een lofrede op de vrijwilliger uitgesproken.
Maar een jaar vol bijeenkomsten en mooie woorden is nog altijd te weinig om werkelijk recht te doen aan de waarde van deze stille bouwers van de samenleving. Daarom werden er tijdens het symposium beleidsaanbevelingen uitgereikt aan nationale en lokale politici en beleidsmakers.
In een gebroken wereld zullen olifanten blijven vechten en zal er gras vertrapt blijven worden. Maar hoe gehavend dat gras er na de strijd ook uitziet, de veerkracht van stille helpers laat zich niet tegenhouden. Zij gaan door. Onopvallend, geduldig, vasthoudend. Want zelfs waar olifanten vochten, groeit soms weer gras.